Sportief opruimen maakt gelukkig

De Grote Voorjaarsschoonmaak is exit. Een fenomeen zó van jaren vijftig doordesemd, dat zelfs onze oma’s het hebben afgeschaft. Toch kan het geen kwaad om de boel wat ouderwets op te schudden, slepende zaken uit te kloppen, de chaos te ordenen en je lekker in het zweet te poetsen. Dus haal de boenwas maar tevoorschijn en grijp jezelf stevig bij de kladden: vandaag gaan we sportief ruimen!
 
Het was hard nodig, zeg nou zelf. Royale boeken-Billy’s waar de titels (nood breekt wet) “zolang maar even” bovenop en zelfs naast gestapeld staan. Een met collecties van jaren en maten geleden volgestouwde kledingkast die letterlijk door z’n hoeven zakt. Je dagelijkse werkplek waar een bom ontploft lijkt; met tussen de memo’s bergen ondefinieerbare zaken, eindeloze “to do”- en nog bondiger “getting things done”-lijstjes onder punaises, achter plakkers. Knipsels die ooit nog wel eens van pas komen. Al ben je hun bestaan vergeten op momenten dat je ze hard nodig hebt. Dus als ooit eigenlijk nooit is, wordt het tijd om in te grijpen.
 
Hulptroepen gevraagd
Hoog tijd om de hulptroepen in te schakelen. Zelfs een compleet puinruimpeloton zou soms van harte welkom zijn. Dus kom op, maar eens buurten bij Klazien Tempelaar (50), de nuchtere Drentse opruimcoach. Wier woonkamer weliswaar jaloersmakend “aan kant” oogt, maar waar het ook weer geen stofvrije showroom is. ‘Schoon is bijzaak,’ stelt Klazien tot ons genoegen vast. ‘Hoewel mensen natuurlijk heel gelukkig kunnen raken van een schoon huis.’ Want daar draait het allemaal om: geluk. Hoeveel geluk genereert jouw inboedel nog, die levenslang verzamelde voorraad van spullen? ‘Blijf jezelf afvragen: word ik er blij van?’ Of, om met de Japanse opruimgoeroe Marie Kondo te spreken: “Laat het je nog stralen…?” Wat Klazien betreft een belangrijke gewetensvraag. ‘Ik ben niet voor minimalisme in huis, maar wél voor geluk. Niet meer happy? Doe het weg, dat geeft licht en lucht.’
 
“Jij bént al je spullen”
Natuurlijk, er zijn notoire luiaards, onverbeterlijke sloddervossen en rommelkonten zonder excuus. ‘Maar chaos ontstaat altijd ergens door ,’ zegt Klazien. ‘Blijkbaar is de noodzaak om op te ruimen minder groot dan de beloning van het laten zoals het is.’ Als Senior Professional Organizer (Klazien volgde de Post-HBO vakopleiding en is bestuurslid van de Nederlandse Beroepsvereniging van Professional Organizers) weet ze dat bij opruimen vaak ook een stuk psychologie om de hoek komt kijken. ‘Spullen zeggen veel over jezelf. Jij bént je spullen.’
‘Spullen vertegenwoordigen ook emoties. Ze herinneren je aan dierbare mensen of momenten die je wilt bewaren. Het kan heel moeilijk zijn om daar afstand van te doen.’ Daar wringt vaak de schoen. ‘Mensen die zich omringen met spullen in een huis dat langzaam volgroeit, hebben vaak grote moeite met loslaten en kampen soms met een onverwerkt verlies. Verdriet chaotiseert, het maakt dat je de grip op het leven verliest.’ In extreme gevallen nemen de spullen de overhand, groeit “doodgewone” rommel uit tot obsessieve verzamelzucht en is er nauwelijks meer leefruimte voor de bewoner(s). Dat zijn de mensen die je ziet worstelen in tv-programma’s als Mijn Leven In Puin. ‘Daar is de situatie zo ver heen, dat je aan een opruimadviseur niet genoeg meer hebt,’ beseft Klazien. ‘Daar komt een psychiater aan te pas.’
 
Erfenis van je kids
Het zijn exceptionele uitzonderingen. Toch wordt de hulp van adviseurs als Klazien Tempelaar vaak pas ingeroepen als het water mensen tot aan de lippen staat. Uit schaamte of schuldgevoel. Jammer vindt ze dat. ‘Want dan is het al min tien. Roep mij eerder! Je wacht toch ook niet met naar de kapper gaan tot het haar over je tenen groeit?’
Je kunt stilzwijgend steeds meer spullen vergaren. Van jezelf en van een ander. Een vriendin die vraagt: ‘Jij woont zo groot, kan ik het zolang bij jou neerzetten?’ Zeg dan maar ‘es nee. Overal zijn wel hoekjes over. In de berging, op de vliering, in de garage, op zolder. Uit huis gaande kinderen hebben er ook een handje van; die laten met speels gemak een compleet deel van hun jeugd achter in big shoppers, dozen en ladekasten onder het mom “daar heb ik nu toch geen ruimte voor, mam”. Lekker makkelijk? ‘Dat ook. Maar je houdt ook een lijntje met thuis hè, met je oude kamer. Hoeft nog niet helemaal afscheid van je jeugd te nemen.’ Tijdelijk niks mis mee, meent de opruimcoach, ‘maar zo’n situatie kan járen duren. Als het je op de nek gaat zitten, moet je wel een deadline stellen. Ook aan die goede vriendin: ophalen voor die datum, anders brengen we het zelf weg. Die overvolle kamers beperken jezelf namelijk ook, ze belemmeren het dromen over een toekomstig gebruik. Je zou zoveel méér kunnen met die ruimte: een leuke hobbykamer, een logeerplek. Maar ja, die spullen hè.’
 
Schiften óf groter wonen
Nog zoiets. Wie het huis van z’n overleden (schoon)ouders uitruimt neemt automatisch al gauw de halve inboedel mee. Huisraad waar een lang, dierbaar verleden aan kleeft, dus ook daar moet weer een plekje voor worden gezocht. ‘Ik begrijp het wel, maar praktisch is het niet,’ zegt Klazien. Haar alternatief: ‘Zoek uit al die persoonlijke spullen iets wat jouw vader of moeder representeert en eer dat, koester dat. De rest kan gaan. Sommige mensen redeneren zo: als ik alles weg doe, doe ik ook die persoon weg. Maar dat is niet zo. Uiteindelijk komt er een moment dat je moet gaan schiften.’ Klazien lacht: ‘Of niet natuurlijk. Dan blijf je alles van iedereen meezeulen en moet dan steeds groter gaan wonen.’
Zonder gekheid. ‘Vroeger had je die problemen minder. Mensen hadden nauwelijks bezittingen. Pas na de oorlog werden de huizen groter en ja, hoe meer ruimte, hoe meer spullen. Let maar op.’ De vraag is of we alles ook écht nodig hebben om prettig te kunnen leven? ‘Tuurlijk niet,’ weet Klazien. ‘Herkenbaar voor veel mensen is dat als ze op vakantie zijn, ze het kennelijk ook prima af kunnen in een caravan of huisje met alleen het hoognodige erin. Die basisuitrusting geeft dan zelfs rust en een gevoel van zorgeloosheid. Dat is toch apart.’
 
Samen ruimen, samen zweten
Vaak komen mensen pas in actie bij een sterke externe prikkel; na een scheiding, een overlijden of verhuizing. ‘Die gebeurtenissen kunnen een grote motivatie zijn.’ Voor wie daar niet op wil wachten: terug naar de keiharde realiteit. Die boekenkast opschonen. Het ordenen van de werkplek. Klazien Tempelaar weet er wel raad mee. ‘Ik help mensen organiseren, structureren en categoriseren. Vaak beginnen we met drie kratten voor evenveel opties: mag weg, twijfel, belangrijk.’ En het blijft niet bij goedbedoelde adviezen. ‘Ik ben wel een Dréntse organizer hè, dus steek zelf ook actief de handen uit de mouwen. We ruimen samen op, we zweten samen.’ Klazien houdt niet van zachte heelmeesters. ‘Ik kan heel streng zijn, dat moet ook. Doorpakken, anders wordt het niks. Kom op, doe het! En onthoud: je hikte er lang tegenaan, maar het is de moeite van de inspanning waard. Je beloning is een opgeruimd gevoel.’

TEKST JOLANDA DE KRUYF in lifestyle magazine Noorderland 2-2016